Tijdens je werkzame leven was het simpel. Je zette de loonheffingskorting aan bij je hoogste inkomen en klaar. Maar zodra je met pensioen gaat, verandert dat. Je krijgt meestal meerdere inkomsten, zoals AOW en één of meerdere pensioenen.
Waar het mis kan gaan
Ook als je de loonheffingskorting maar één keer toepast, kan het al misgaan.
Dit komt doordat elke uitkeringsinstantie alleen naar zijn eigen uitkering kijkt. Er wordt geen rekening gehouden met je totale inkomen. Hierdoor wordt er vaak te weinig belasting ingehouden. Het gevolg merk je later: je moet bijbetalen.
Waarom het vanaf je AOW leeftijd mis kan gaan
Na het bereiken van de AOW-leeftijd bedraagt het tarief in de eerste schijf (€38.883) geen 35,75%, maar 17,85%, doordat geen AOW-premie meer is verschuldigd.
Ontvang je meerdere uitkeringen die ieder afzonderlijk onder deze grens blijven, dan wordt bij elke uitkering uitgegaan van dit lagere tarief. Bij samenvoeging kan het totale inkomen echter in een hogere schijf vallen, waardoor alsnog een hoger tarief van toepassing is (37,56% tot 49,5%).
Juist vanwege dit aanzienlijke tariefverschil is een juiste inschatting van het (pensioen)inkomen van groot belang.
Wat moet je doen?
Voorkom verrassingen en kijk hier bewust naar.
- pas de loonheffingskorting maximaal bij één uitkering toe (niet standaard de hoogste uitkering);
- kijk naar je totale inkomen;
- controleer of er voldoende belasting wordt ingehouden;
- overweeg een voorlopige aanslag om elke maand alvast een deel belasting te betalen.
De Belastingdienst heeft hiervoor een handig hulpmiddel: Hulpmiddel AOW en loonheffingskorting.
Twijfel je? Kom je er niet uit of wil je zekerheid? Neem dan contact met ons op. Wij kijken graag met je mee, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.


%20(1).jpg)


