Verbonden
Betrokken
Inlevend
Hart voor ondernemers >

Coronacrisis-update


Een kloppend hart voor uw organisatie: ook als het tegenzit. Wij maken ons er hard voor om u met al onze kennis en ervaring door deze crisis te loodsen.

Van welke (nieuwe) maatregelen kunt u als ondernemer gebruik maken?

Bent u als ondernemer getroffen door de coronacrisis? De specialisten van KRC Van Elderen kijken graag samen met u van welke (overheids-)maatregelen u als ondernemer gebruik kunt maken, zoals:

NOW 1.0

Heeft u als werkgever een tegemoetkoming gehad in de eerste periode van de NOW, dan kunt u inmiddels vanaf 7 oktober 2020 een definitieve berekening NOW 1.0 aanvragen bij het UWV. Indien u geen accountantsverklaring nodig hebt voor de aanvraag van de definitieve berekening dan moet u de definitieve berekening uiterlijk 21 maart 2021 aanvragen. Mocht deze accountantsverklaring wel nodig hebben dan hebt u tot 29 juni 2021 de tijd om de definitieve berekening aan te vragen.

Mocht u hulp nodig hebben bij de aanvraag van de definitieve berekening NOW 1.0 of u hebt een derden- of een accountantsverklaring nodig voor de definitieve berekening neemt u dan contact op met een van onze adviseurs.

NOW 2.0

Aanvraag voor de tweede periode NOW is op 31 augustus 2020 gesloten. De datum waarop de definitieve berekening voor deze periode kan worden aangevraagd is op dit moment nog niet bekend.

NOW 3.0

De NOW 3.0, die vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 geldt, is de derde variant van de tijdelijke noodmaatregel voor overbrugging werkbehoud (NOW). Via de NOW-regeling kunt u een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen als u getroffen bent door de coronacrisis. Hierna leest u wat de NOW 3.0 inhoudt en aan welke criteria u moet voldoen om in aanmerking te komen voor de NOW 3.0.

Verlening NOW vanaf 1 oktober 2020

De NOW 3.0 beslaat een periode van negen maanden, verdeeld over drie tijdvakken, waarvan het eerste tijdvak ingaat op 1 oktober 2020 en het derde en laatste tijdvak eindigt op 1 juli 2021. Het aanvraagloket via het UWV voor het eerste tijdvak is inmiddels gesloten op 27 december 2020. De verwachte aanvraagperiode voor het tweede tijdvak van de NOW 3.0 loopt van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.
De NOW 3.0 is een verlengde maatregel uit het derde steunpakket van de overheid voor bedrijven die geraakt zijn door de uitbraak van het coronavirus en volgt de eerdere NOW-regelingen op. De NOW is vanaf het allereerste moment bedoeld om zo veel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Maar bij de NOW 3.0 geeft het kabinet nadrukkelijk aan dat de financiële ondersteuning ook als doel heeft om bedrijven de mogelijkheid te bieden om zich samen met hun werknemers voor te bereiden op een ‘nieuwe economische situatie’.

De belangrijkste wijzigingen in de NOW 3.0

  • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling gaat vanaf 1 april 2021 omhoog van tenminste 20% naar 30%.
  • De steun over 9 maanden kent een geleidelijke afbouw van vergoedingspercentages: van 80% (eerste en tweede tijdvak, tot april 2021) naar 60% (derde tijdvak, vanaf april 2021).
  • Tegenover de afbouw van de vergoeding, bestaat de mogelijkheid om de loonsom geleidelijk te laten dalen met 10% (eerste en tweede tijdvak, tot april 2021) en 20% (derde tijdvak, vanaf april 2021) zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie.
  • De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag wordt losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1 keer het dagloon (€ 222,78).

Inspanningsverplichting scholing blijft bestaan in NOW 3.0
Het kabinet houdt in de NOW 3.0 vast aan de inspanningsverplichting gericht op scholing. Ook vanaf 1 oktober 2020 moeten bedrijven die NOW aanvragen zich gaan inspannen om hun personeel te laten omscholen of bijscholen. Deze omscholing of bijscholing is nodig omdat de arbeidsmarkt is veranderd en gaat veranderen. Werkgevers moeten hun personeel de kans bieden om zich hierop voor te bereiden. Ook geldt een verbod op het uitkeren van dividend en bonusuitkeringen voor werkgevers die NOW aanvragen. Dit was ook in de vorige NOW-regelingen het geval.

Neem voor vragen over de NOW of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon van de afdeling Personeelsdiensten of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Voor mkb-ondernemers die door de coronacrisis geraakt zijn, is er als onderdeel van het steunpakket met coronamaatregelen de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL). De TVL biedt een subsidie voor mkb-ondernemers en zelfstandigen die door de coronamaatregelen veel omzet verliezen, maar wel doorlopende vaste lasten hebben. De TVL loopt tot 30 juni 2021. Voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 gelden een aantal versoepelingen.

Financiële ondersteuning voor vaste lasten

Met de TVL wil de overheid bedrijven helpen waarvoor niet alleen de kosten van personeel, maar ook de vaste lasten voor financiële problemen zorgen. Deze bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste lasten en de mate van omzetderving een tegemoetkoming voor hun vaste lasten. Voor het eerste deel van de TVL-regeling (tot 1 oktober 2020) was dat een maximum van € 50.000 voor een periode van vier maanden (van 1 juni tot 1 oktober 2020). Voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2020 is het maximale subsidiebedrag verhoogd naar € 90.000. Door de aanvullende maatregelen zoals die op 21 januari 2021 zijn aangekondigd, wordt het maximale subsidiebedrag € 330.000 voor het MKB en € 400.000 voor het niet-MKB vanaf het eerste kwartaal 2021. Eveneens wordt de eis van maximaal 250 medewerkers losgelaten. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals: huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De sectoren die onder de TOGS vallen komen ook in aanmerking voor de TVL. Deze sectoren staan op de lijst met vastgestelde SBI-codes.

Verhoging subsidiepercentages en eenmalige opslag detailhandel

Bij de aanvullende maatregelen per 21 januari 2021 is aangekondigd dat het subsidiepercentage voor de TVL gaat naar 85% bij een omzetverlies van 30% voor het eerste en tweede kwartaal 2021. Dat het subsidiepercentage afhankelijk is van het omzetverlies geldt dus alleen voor het laatste kwartaal van 2020. Voor het laatste kwartaal van 2020 geldt bij een omzetverlies van 30% wordt het subsidiepercentage 50% en bij 100% omzetverlies loopt dit op naar 70% subsidie. Ondernemers die voor het laatste kwartaal van 2020 een aanvraag hebben ingediend hoeven niets te doen. Zodra de verhoging is doorgevoerd ontvangen zij een extra betaling.

Eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel
Er komt voor winkeliers een eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel. De voorraden die zijn aangevuld voor de feestdagen zijn na heropening minder waard of kunnen helemaal niet meer worden verkocht. De eenmalige opslag is minimaal 2,8% van het omzetverlies (bij een omzetverlies van tenminste 30%). Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 20.160 en deze komt bovenop de TVL-subsidie.

Deze eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel is verlengd voor het eerst kwartaal 2021, zoals ik aangekondigd op 21 januari 2021. Daarnaast is het percentage verhoogd tot maximaal 21%, daar waar het maximaal 5,6% was.

Voorwaarden TVL vanaf het vierde kwartaal van 2020

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt met een paar aanpassingen verlengd tot en met 30 juni 2021. Specifiek voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 gelden een aantal versoepelingen:

  • Alle mkb-bedrijven met minimaal 30% omzetverlies krijgen toegang tot de TVL. Er is van 1 oktober tot en met 31 december 2020 tijdelijk geen beperking van SBI-codes.
  • Voor het laatste kwartaal 2020 geldt: bij een omzetverlies van 30% wordt het subsidiebedrag 50% en bij een 100% omzetverlies loopt dit op naar 70% subsidie.
  • Voor het eerste en tweede kwartaal 2021 geldt een subsidiepercentage van 85% bij een omzetverlies van 30%.
  • Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche die in de zomer TVL subsidie hebben ontvangen, maar in het vierde kwartaal de omzetdrempel van 30% niet halen, worden geholpen. Deze ondernemers ontvangen een subsidiebedrag, gebaseerd op hun TVL subsidie in de zomermaanden.
  • Verplicht gesloten eet- en drinkgelegenheden krijgen eenmalig een aanvullende subsidie. Dit bedrag komt bovenop de TVL subsidie. Deze steun is bedoeld om te helpen met de kosten voor voorraad en aanpassingen aan de 1,5 meter regels. Denk aan voedselvoorraad die bederft, kuchschermen, aanleg en overkapping van een buitenterras voor de winter, etc.

De TVL voor het vierde kwartaal van 2020 is vanaf 25 november 2020 tot 29 januari 2021 aan te vragen. Voor het eerste kwartaal van 2021 wordt de openstelling begin februari verwacht. Let er op dat de 21 januari 2021 aangekondigde verhoging nog niet in werking is bij de opening van de aanvraag periode begin februari. De verwerking en goedkeuring door de Europese Commissie kost meer tijd. Indien u voor de verwerking van de verhoging een aanvraag doet, zal er na de goedkeuring automatisch een nabetaling volgen. Helaas is nu nog niet bekend wanneer dat exact zal zijn.

UPDATE 15 MAART 2021

Het kabinet heeft besloten om de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het 2e kwartaal van 2021 verder uit te breiden. Het subsidiepercentage stijgt naar 100%. Dit was 85%. Ondernemers kunnen TVL Q2 2021 naar verwachting in de tweede helft van mei aanvragen.

Sinds de start van de TVL vorig jaar is het subsidiepercentage elk kwartaal omhooggegaan. De regeling vergoedde aanvankelijk 50% van de vaste lasten. Het volgende kwartaal werd het percentage afhankelijk van de omzet: 50% bij 30% omzetverlies, tot maximaal 70% bij 100% omzetverlies. In TVL Q1 2021 is het voor alle aanvragers verhoogd naar 85%. En voor TVL Q2 2021 gaat het percentage verder omhoog naar 100%. Om zoveel mogelijk bedrijven in deze moeilijke tijd te helpen, wordt in het 2e kwartaal van 2021 100% van de vaste lasten vergoed.

Vaste lasten op basis van een gemiddelde

De TVL gaat niet uit van de werkelijke vaste lasten. Voor de bepaling van de vaste lasten worden branchegemiddelden gebruikt: het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet voor een branche. Dit aandeel staat dus vast en hangt samen met de hoofdactiviteit van ondernemers (SBI-code).

Hoogte van de tegemoetkoming

Ondernemers die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen minimaal € 1.500 en maximaal € 550.000 per kwartaal (€ 600.000 voor niet-mkb bedrijven). Land- en tuinbouwbedrijven ontvangen een extra opslag voor de speciale kosten om planten en dieren in leven te houden. Deze opslag van 21% komt bovenop de TVL-subsidie, met een maximum van € 225.000 voor de hele coronaperiode in 2021.

Wie kan TVL Q2 2021 aanvragen?

Vrijwel alle bedrijven met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel op 15 maart 2020 kunnen TVL Q1 2021 aanvragen. Zij moeten minimaal 30% omzetverlies hebben in april tot en met juni 2021 vergeleken met april tot en met juni 2019. En minimaal € 1.500 vaste lasten per kwartaal. Starters komen niet in aanmerking. Voor ondernemers die tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020 zijn gestart, komt er een aparte regeling. Deze gaat naar verwachting in het 2e kwartaal van 2021 open.

Neem voor vragen over de TVL of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Zelfstandig ondernemers die inkomenssteun nodig hebben vanwege corona kunnen vanaf 1 oktober 2020 Tozo 3 aanvragen. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 3 loopt van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. Vanaf 1 april 2021 treedt de Tozo 4 in werking, bij de Tozo 4 gaat een beperkte vermogenstoets gelden.

Tozo 3 onderdeel van derde steunpakket

De Tozo 3 (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is de opvolger van de Tozo 1 en de Tozo 2 en één van de maatregelen van het kabinet uit het derde steun- en herstelpakket voor ondernemers. De Tozo 3 gaat op 1 oktober 2020 van start en is een bijstandsregeling voor zelfstandig ondernemers, waaronder ook zzp’ers. De regeling voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Naast inkomenssteun kunnen zelfstandig ondernemers via de Tozo ook een lening aanvragen voor extra bedrijfskapitaal.

Aanvragen via de gemeente

Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de Tozo 3 als uitkering in het levensonderhoud, worden aangevraagd voor de maanden oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. Bij de aanvraag moet worden aangegeven voor hoeveel maanden de uitkering wordt aangevraagd. Het aanvragen van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 in de betreffende woongemeente. In de Tozo 2 is een inkomenstoets van de partner opgenomen, die inkomenstoets blijft ook gelden bij het aanvragen van de Tozo 3.

Let op dat er in 2021 een aanvraag met terugwerkende kracht is. Dat houdt in dat er vanaf 1 februari 2021 de aanvraag over januari 2021 gedaan kan worden en vanaf 1 maart 2021 de aanvraag over februari 2021. Deze terugwerkende kracht aanvraag zal ook gaan gelden voor de Tozo 4 waarbij er dus vanaf 1 mei 2021 een aanvraag gedaan kan worden voor april 2021. Het is niet mogelijk om vanuit Tozo 4 nog Tozo 3 aan te vragen. Doe uw aanvraag dus tijdig!

Extra toets beschikbare geldmiddelen bij Tozo 4 gaat niet door

Per 1 oktober 2020 zou in de Tozo 3 ook een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd worden. Van deze extra toets wordt in de Tozo 3 afgezien. De aangekondigde vermogenstoets zoals deze vanaf 1 april 2020 zou gaan gelden gaat niet door, zoals op 21 januari 2021 is aangekondigd.

Meer informatie over aanvragen van de Tozo 3 en de aanvraagformulieren vindt u op de website van uw woongemeente. Begin 2021 wordt gecommuniceerd over de Tozo 4.

Voor iedereen die door de coronacrisis geraakt is, is er sinds maart als onderdeel van het steunpakket met coronamaatregelen de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). De TONK biedt een tegemoetkoming voor iedereen als gevolg van de coronacrisis zijn of haar noodzakelijke kosten, zoals bijvoorbeeld woonlasten niet meer kan betalen.

Financiële ondersteuning voor noodzakelijke kosten

Met de TONK wil de overheid iedereen helpen die als gevolg van de coronacrisis zijn of haar noodzakelijke kosten als woonlasten niet meer kan betalen. Voorbeelden van woonlasten zijn: huur of hypotheek, energielasten, servicekosten en gemeentelijke belastingen

De TONK is gebaseerd op de ‘bijzondere bijstand’ en is sinds maart aan te vragen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. De aanvraag loopt via de gemeente waarin u woont en het aanvraag proces kan per gemeente verschillen.

Voorwaarden TONK aanvraag

  • U bent 18 jaar of ouder;
  • U heeft een aanzienlijk inkomensverlies als gevolg van de coronacrisis;
  • U kunt uw woonlasten niet meer betalen uit uw gezinsinkomen of uit uw vermogen;
  • Ook met een andere financiële regeling of uitkering, zoals een toeslag op uw WW-uitkering door het UWV, niet voldoende inkomen heeft om uw woonlasten te betalen.

Gemeente voert de regeling uit

Aangezien uw gemeente de regeling uitvoert, betekent dat het volgende:

  • Gemeenten maken verschillende keuzes in het bepalen van de doelgroep en hoogte van de vergoeding, omdat zij het beste kunnen inschatten wat er specifiek in hun gemeente nodig is;
  • Uw gemeente controleert of een huishouden onvoldoende draagkracht heeft en kijkt hiervoor welk deel van de woonkosten uw huishouden zelf nog kan betalen;
  • Uw gemeente bepaalt hoeveel vermogen u maximaal mag hebben om in aanmerking te komen voor de TONK;
  • Uw gemeente kan aanvullende voorwaarden vaststellen. Informeer hierover bij uw gemeente;
  • Uw gemeente bepaalt vervolgens per individuele aanvraag de hoogte van de TONK-uitkering.

Inkomsten die niet meetellen voor TONK

  • Waarde van uw woning;
  • Vermogen in uw onderneming;
  • Tegemoetkoming voor Vaste Lasten (TVL);
  • Tegemoetkoming in loonkosten (NOW).

TONK houden of lenen

U mag de TONK-uitkering meestal houden. Maar soms beslist de gemeente dat u de uitkering als lening krijgt. Dan betaalt u deze later terug. Dit kan het geval zijn als u weet dat u binnenkort een groot bedrag krijgt. Meer informatie hierover vindt u op de website van uw gemeente.

Periode dat u TONK krijgt

U krijgt maximaal 6 maanden TONK; tot en met juni 2021. Als u TONK op 1 april 2021 aanvraagt, kunt u ook nog TONK voor januari, februari en maart krijgen als dat nodig is. U vraagt de TONK-uitkering aan voor de maanden dat u de aanvulling op uw inkomen echt nodig heeft.

Indien u ondersteuning wenst bij het aanvragen van de TONK, neem dan contact op met een van onze adviseurs of uw relatiebeheerder.

De Belastingdienst heeft verschillende maatregelen getroffen om ondernemers te ondersteunen die getroffen zijn door de coronacrisis. Zo is ondernemers de mogelijkheid geboden om tot 1 oktober 2020 uitstel van betaling aan te vragen voor het betalen van verschillende belastingen. In de aanvullende maatregelen van 21 januari 2021 is de periode voor het aanvragen van uitstel van betaling verlengd tot 1 juli 2021. Als u dat uitstel heeft gekregen hoeft u ook geen boetes meer te betalen. Als u een lagere winst verwacht over 2020 kunt u ook uw voorlopige aanslag verlagen, zodat u direct minder belasting betaalt. Verder is een aparte melding van betalingsonmacht niet nodig als u om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt. Op deze pagina leest u hier meer over.

Bijzonder uitstel voor het betalen van belasting

Als u in de periode tot 1 juli 2021 als ondernemer betalingsproblemen krijgt, kunt u bij de Belastingdienst voor een periode van drie maanden ‘bijzonder uitstel van betaling’ aanvragen. Deze regeling is ook bedoeld voor zzp’ers en het versoepelde uitstelbeleid geldt tot 1 juli 2021. De periode om bijzonder uitstel van betaling van belastingen aan te vragen eindigt op 1 juli 2021. Nadat de Belastingdienst uw verzoek heeft ontvangen, stopt zij de invordering en krijgt u automatisch drie maanden uitstel van betaling. Voor wat betreft inkomsten-, vennootschaps-, omzet- en loonbelasting alsmede premie zorgverzekeringswet geldt het uitstel voor alle (naheffings-)aanslagen die zijn opgelegd in de driemaands periode aan de belastingplichtige.

Zodra de driemaandsperiode om is, dienen de belastingschulden weer betaald te worden. Belastingverplichtingen waarvoor bijzonder uitstel is verleend, dienen vanaf 1 juli 2021 hervat te worden. Ondernemers die door het betalingsuitstel een belastingschuld hebben opgebouwd krijgen een aflossingsregeling aangeboden. Ze kunnen hun schuld terugbetalen over een periode van 36 maanden (van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2024). 

Voor welke belastingsoorten

Het verzoek tot uitstel van betaling geldt alleen voor de aanslagen:

  • inkomstenbelasting,
  • zorgverzekeringswet,
  • vennootschapsbelasting,
  • loonheffingen
  • omzetbelasting (btw),
  • kansspelbelasting,
  • accijns,
  • verbruiksbelasting alcoholvrije dranken,
  • assurantiebelasting,
  • verhuurderheffing,
  • energie- en andere milieubelastingen

Voor alle andere belastingen geldt dit dus niet.

Na aanvragen uitstel geen boetes voor te laat betalen

Boetes voor het niet op tijd betalen van belastingen die in de driemaandsperiode vallen, hoeft u na het aanvragen en verkrijgen van bijzonder uitstel niet te betalen.

Bijzonder uitstel verlengen

Kunt u de belastingen die vervallen na de driemaandsperiode niet betalen of kunt u de ontstane belastingschuld niet in 36 maanden betalen, dan kunt u verlenging van het bijzonder uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Was uw belastingschuld bij het eerste moment van het verkrijgen van bijzonder uitstel van betaling lager dan € 20.000 dan moet u hierbij een onderbouwing geven waarom u de belastingen niet kunt betalen (bijvoorbeeld tussentijdse cijfers) en aangeven dat u getroffen bent door de coronacrisis. Daarnaast moet u onder andere verklaren dat u geen dividenden en bonussen over 2020 zult uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders.
Was de belastingschuld in aanvang hoger dan € 20.000, dan dient er aanvullend een verklaring van een derde-deskundige (bijvoorbeeld accountant) en een liquiditeitsprognose te worden overlegd.

Aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig

Het ministerie van Financiën heeft besloten dat een aparte melding van betalingsonmacht niet meer nodig is. U hoeft deze melding niet meer afzonderlijk te doen als u voor de eerste keer om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen of reeds hebt gevraagd voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt. Deze aanvraag wordt ook als melding betalingsonmacht aangemerkt. Dit geldt voor zowel de al verstreken als voor de toekomstige tijdvakken.

Voorbeeld hierbij:
Een bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt de vennootschap de naheffingsaanslag. Hiervoor doet de bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Deze wordt als melding betalingsonmacht aangemerkt. Niet alleen voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari is de melding tijdig.
Let op: De toezegging geldt alleen voor loonheffingen en omzetbelasting. In de overige gevallen is een melding nog wel nodig. Denk hierbij aan betalingsonmacht van accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije dranken en premies bedrijfspensioenfonds.

Tijdelijke verlaging invorderingsrente en belastingrente

De Belastingdienst verlaagt tijdelijk de invorderingsrente en de belastingrente voor de vennootschapsbelasting.

Invorderingsrente
Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaliter 4% invorderingsrente betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Vanaf 23 maart 2020 heeft de Belastingdienst deze rente tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Deze verlaging is per 1 oktober 2020 verlengd tot en met 31 december 2021.

Belastingrente
De Belastingdienst rekent rente als zij een aanslag te laat kan vaststellen, bijvoorbeeld omdat u niet op tijd of niet voor het juiste bedrag aangifte hebt gedaan. Het tarief van de belastingrente is normaliter 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen. Vanaf 1 oktober 2020 wordt de belastingrente voor zowel de inkomsten- als de vennootschapsbelasting 4%. Dit betekent voor de vennootschapsbelasting een verlaging van 4% (van 8% naar 4%).

Verlaging voorlopige aanslag 2019 / 2020 / 2021

Verwacht u door de uitbraak van corona een lagere winst over 2020 dan u vooraf had ingeschat? En betaalt u of krijgt u nu een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting? Dan kunt u uw voorlopige aanslag voor het jaar 2020 of 2021 bij de Belastingdienst wijzigen zodat u direct minder belasting betaalt.

Neem voor vragen over het bijzondere uitstel van betaling of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Als u problemen heeft om voor uw onderneming een banklening of bankgarantie te krijgen, kunt u gebruik maken van de regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO). Met de GO-regeling kunt u als ondernemer 50% overheidsgarantie krijgen op bankleningen en bankgaranties (minimaal 1,5 miljoen - maximaal 150 miljoen euro per onderneming).

De GO-regeling is er voor (middel)grote ondernemingen die substantiële activiteiten in Nederland hebben en daarnaast bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven hebben. Daarnaast voorziet de GO-regeling alleen in zogenaamd nieuw geld en is dus niet bedoeld voor bijvoorbeeld een herfinanciering.

Als u liquiditeitsproblemen hebt of voorziet, kan een tijdelijke verruiming van uw rekening-courant krediet of een overbruggingskrediet mogelijk helpen. Voor het MKB staat hier het BMKB-krediet open. De BMKB is een borgstellingsregeling van de overheid waarmee u die financiële ruimte kunt vinden.

De criteria voor het BMKB-krediet zijn:

  • het bedrijf staat in Nederland geregistreerd;
  • het bedrijf heeft een gezond toekomstperspectief;
  • het bedrijf heeft maximaal 250 (FTE) werknemers;
  • het bedrijf heeft een jaaromzet tot € 50 miljoen, of;
  • het bedrijf heeft een balanstotaal tot € 43 miljoen.

De belangrijkste kenmerken van het BMKB-krediet zijn:

  • De maximale kredietruimte voor een ondernemer bedraagt € 1.500.000.
  • De omvang van het borgstellingskrediet wordt verhoogd van 50% naar 75%.
  • De verruiming in rekeningcourant krediet is maximaal 2 jaar.
  • Borgstellingsprovisie bedraagt 2% bij een looptijd van 2 jaar en 3% bij een looptijd tussen 2 en 4 jaar.
  • Op het BMKB-krediet is maximaal 90% overheidsborgstelling van toepassing.
  • De persoonlijke borgstelling van de ondernemer is verlaagd van 25 naar 10%.

Verlenging looptijd BMKB tot 31 december 2021

Het kabinet heeft laten weten dat de verruiming van de borgstelling voorlopig beschikbaar blijft tot 31 december 2021 voor bedrijven die extra financiële steun nodig hebben vanwege de impact van corona. Zo houden deze bedrijven, in ieder geval tot 31 december 2021, toegang tot financiering door banken.

Coronaregeling BMKB bewust laagdrempelig

Eerder in 2020 werd de BMKB-regeling al versoepeld. Ondernemers krijgen nu vier jaar de tijd om de lening terug te betalen. Niet alleen krijgen ondernemers meer tijd om het krediet terug te betalen, ook wordt de toegang tot de BMKB laagdrempeliger. In eerste instantie was een uitgebreide liquiditeitsprognose nodig, nu volstaat ook een omzettoets.

De Klein Krediet Corona (KKC) is een van de aanvullende maatregelen om ondernemers te ondersteunen vanwege de economische gevolgen van het coronavirus. Deze aanvullende maatregel is gericht op de veel kleine ondernemers. Kleine ondernemers hebben vaak moeilijk toegang tot financiële steun. Ze zijn van enorm belang voor hun lokale gemeenschap en vaak zwaar getroffen door de coronacrisis.

Wat houdt het overbruggingskrediet gericht op kleine bedrijven KKC in?

De Nederlandse overheid staat voor 95% garant op een overbruggingskrediet voor kleine ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte (van € 10.000 tot € 50.000). Het is mogelijk om als ondernemer meerdere keren gebruik te maken van de KKC-regeling, zolang de maximale limiet van € 50.000 nog niet is bereikt. Het totale budget aan overbruggingskredieten bedraagt € 250 miljoen.

Onder welke voorwaarden worden deze leningen verstrekt?

De lening staat open voor ondernemers die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren, en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019.
Onder de KKC-regeling kunnen ondernemers een lening aanvragen van minimaal € 10.000 tot maximaal € 50.000. De looptijd is maximaal 5 jaar, en de rente bedraagt maximaal 4%. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige provisie van 2% als vergoeding. Het feit dat de financiers nog steeds 5% van het risico dragen, zorgt voor een zorgvuldige risicobeoordeling, zodat de leningen worden verstrekt aan in de kern gezonde bedrijven met voldoende terugbetaalcapaciteit.

Voor welke ondernemers is het Klein Krediet Corona bedoeld?

De KKC is gericht op kleine ondernemers: micro-, midden- en kleinbedrijf. Het gaat naar schatting om enkele tienduizenden ondernemingen in Nederland. Financiers maken relatief hoge kosten onder andere bij de beoordeling van kleine kredieten. Hierdoor komt dit type ondernemingen doorgaans moeilijk aan een financiering. Daarbij komt ook nog dat het risico voor financiers dat een lening niet wordt terugbetaald door de coronacrisis relatief hoog is.

Waar kunt u terecht voor de KKC-regeling?

In ieder geval de banken Rabobank, ABN AMRO, ING, de Volksbank en Triodos Bank, hebben toegezegd leningen via de regeling aan te bieden. Andere financiers die geaccrediteerd zijn voor de BMKB-C-financiers met een accreditatie, mogen de regeling ook aanbieden.

Wanneer kunnen ondernemers een aanvraag doen?

Ondernemers kunnen tot en met 30 juni 2021 een aanvraag indienen voor de KKC-regeling bij hun financier. Leningen die sinds 7 mei 2020 zijn verstrekt en voldoen aan de voorwaarden van de regeling, kunnen worden geherfinancierd tegen de voorwaarden van de KKC.

Vraag onze adviseurs voor meer informatie en eventueel ondersteuning bij de aanvraag.

De coronacrisis kan ook effecten hebben voor de loonbelasting die u als werkgever moet afdragen. Omdat veel werknemers thuiswerken, maken ze minder reiskosten voor woon-werkverkeer en minder algemene onkosten. Op deze pagina leest u hoe u als werkgever kunt omgaan met reiskostenvergoedingen van uw werknemers.

Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer kan ook voor thuiswerkers onbelast blijven worden doorbetaald

Werkgevers kunnen een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer onbelast blijven uitbetalen, voor zover zij die vergoeding al vóór de coronacrisis ontvingen en die vergoeding niet meer bedraagt dan € 0,19 per kilometer. Vaste reiskostenvergoedingen kunnen worden vastgesteld volgens de zogenaamde praktische regeling. Bij een verwachte afwezigheid van langer dan 6 weken kan de vaste reiskostenvergoeding in de daaropvolgende maand niet langer onbelast worden uitbetaald. De staatssecretaris acht dit ongewenst en keurt in het nieuwe beleidsbesluit het volgende goed: een werkgever hoeft gedurende de werking van dit besluit geen gevolgen te verbinden aan een verandering in het reispatroon van de werknemer. Dit betekent dat de vaste reiskostenvergoeding (die voldoet aan de fiscale voorwaarden) ook voor thuiswerkers onbelast blijft.

Inmiddels is bekend geworden dat de reiskostenvergoeding tot 1 april 2021 onbelast doorbetaald mag worden ook al wordt er niet naar het werk gereisd doordat de werknemer thuiswerkt. Voorwaarde is wel dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door de werkgever werden toegekend.

Recht op reisaftrek in inkomstenbelasting loopt door

Er zijn situaties waarin werknemers geen vergoeding van de werkgever ontvangen voor hun woon-werkverkeer als zij met het openbaar vervoer reizen. Deze werknemers kunnen de kosten voor het woon-werkverkeer aftrekken via de reisaftrek in de inkomstenbelasting. In 2020 hebben veel werknemers door de coronamaatregelen echter thuisgewerkt, waardoor zij minder hebben gereisd met het ov en daarom minder recht op reisaftrek zouden hebben. De kosten voor ov-abonnementen liepen in veel gevallen door. Voor deze uitzonderlijke situatie heeft het kabinet op 28 augustus 2020 een aanvullende maatregel getroffen. In het jaar 2020 mag (zolang de reiskosten gelijk blijven) de reisaftrek worden toegepast in de inkomstenbelasting alsof de werknemer zijn reispatroon van vóór de coronacrisis heeft voortgezet.

Als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, mogen de bv en aanmerkelijkbelanghouder gedurende 2021 bij een omzetdaling tijdelijk een lager maandloon afspreken.

Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling

Ab-houders mogen ook in 2021 tijdelijk weer van een lager gebruikelijk loon uitgaan, evenredig aan de omzetdaling van hun bedrijf. Ten opzichte van de regeling die gold voor 2020 zijn er wel een aantal wijzigingen.

  • De gehele omzet over 2021 moet worden vergeleken met de omzet over 2019;
  • Pas op het moment dat de omzetdaling over 2021 ten opzichte van 2019 30% of meer is mag het gebruikelijk loon over 2021 worden verlaagd.

Aan deze verlaging zijn net als bij de verlaging voor 2020 de volgende voorwaarden verbonden:

  • De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de ab-houder feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit de formule, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de ab-houder gebruik maakt van de NOW. Een eventuele Tozo-uitkering is geen loon en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  • Van de verlaging van het gebruikelijk loon kan geen gebruik worden gemaakt voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2021 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Toepassing van de verlaging van het gebruikelijk loon kan er toe leiden dat het loon van de ab-houder lager is dan de wettelijke grenzen van € 46.000, 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer. Het blijft daarnaast mogelijk op grond van de bestaande wettelijke mogelijkheden een lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken.

Geen terugwerkende kracht

In 2021 al uitbetaald loon aan de ab-houder kan niet met terugwerkende kracht worden verlaagd. De BV mag het loon van de ab-houder alleen voor de toekomstige maanden in 2021 verlagen.

Verlaging in aangiften loonheffingen

Bij verlaging van het maandloon vermeldt u in de aangiften loonheffingen het loon dat de ab-houder heeft genoten, inclusief het eventuele loon in natura (bijvoorbeeld privégebruik auto). Uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar of op het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, bepaalt u wat het gebruikelijk loon voor het jaar 2021 is. Als de bv te weinig loon heeft betaald, moet de bv het verschil als loon aangeven en daarover loonheffingen berekenen.

Verzoek om vooroverleg hoeft niet

De bv en ab-houder mogen een tijdelijk lager loon overeenkomen. Daar is geen verzoek om instemming van of vooroverleg met de Belastingdienst voor nodig. U hoeft dus geen verzoek om vooroverleg in te dienen.

De overheid heeft nog diverse andere regelingen en maatregelen aangekondigd om te zorgen dat u uw bedrijf kunt voortzetten en de werkgelegenheid kunt behouden. Ook veel gemeenten nemen specifieke maatregelen, bijvoorbeeld voor belastinguitstel, dit varieert per gemeente. De specialisten van KRC Van Elderen helpen u graag om te onderzoeken of en hoe deze regelingen voor uw bedrijf zo snel en zo goed mogelijk kunnen worden ingezet.

Disclaimer: deze informatie is zorgvuldig verzameld en gecheckt, maar kan door nieuwe ontwikkelingen weer ingehaald worden. Neemt u voor de meest actuele stand van zaken contact op met uw adviseur bij KRC Van Elderen.

Advies nodig? Bel ons 


Lees ook het artikel over onze interne maatregelen waarbij wij het advies van het RIVM opvolgen; voor uw en onze veiligheid.