Verbonden
Betrokken
Inlevend
Hart voor ondernemers >

Coronacrisis-update


Een kloppend hart voor uw organisatie: ook als het tegenzit. Wij maken ons er hard voor om u met al onze kennis en ervaring door deze crisis te loodsen.

Van welke (nieuwe) maatregelen kunt u als ondernemer gebruik maken?

Bent u als ondernemer getroffen door de coronacrisis? De specialisten van KRC Van Elderen kijken graag samen met u van welke (overheids-)maatregelen u als ondernemer gebruik kunt maken, zoals:

NOW 1.0

Heeft u als werkgever een tegemoetkoming gehad in de eerste periode van de NOW, dan kunt u inmiddels vanaf 7 oktober 2020 een definitieve berekening NOW 1.0 aanvragen bij het UWV. Indien u geen accountantsverklaring nodig hebt voor de aanvraag van de definitieve berekening dan moet u de definitieve berekening uiterlijk 21 maart 2021 aanvragen. Mocht deze accountantsverklaring wel nodig hebben dan hebt u tot 29 juni 2021 de tijd om de definitieve berekening aan te vragen.

Mocht u hulp nodig hebben bij de aanvraag van de definitieve berekening NOW 1.0 of u hebt een derden- of een accountantsverklaring nodig voor de definitieve berekening neemt u dan contact op met een van onze adviseurs.

NOW 2.0

Aanvraag voor de tweede periode NOW is op 31 augustus 2020 gesloten. De datum waarop de definitieve berekening voor deze periode kan worden aangevraagd is op dit moment nog niet bekend.

NOW 3.0

De NOW 3.0, die vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 geldt, is de derde variant van de tijdelijke noodmaatregel voor overbrugging werkbehoud (NOW). Via de NOW-regeling kunt u een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen als u getroffen bent door de coronacrisis. Hierna u wat de NOW 3.0 inhoudt en aan welke criteria u moet voldoen om in aanmerking te komen voor de NOW 3.0.

Verlening NOW vanaf 1 oktober 2020

De NOW 3.0 beslaat een periode van negen maanden, verdeeld over drie tijdvakken, waarvan het eerste tijdvak ingaat op 1 oktober 2020 en het derde en laatste tijdvak eindigt op 1 juli 2021. Het aanvraagloket via het UWV voor het eerste tijdvak is inmiddels gesloten op 27 december 2020. De verwachte aanvraagperiode voor het tweede tijdvak van de NOW 3.0 loopt van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.
De NOW 3.0 is een verlengde maatregel uit het derde steunpakket van de overheid voor bedrijven die geraakt zijn door de uitbraak van het coronavirus en volgt de eerdere NOW-regelingen op. De NOW is vanaf het allereerste moment bedoeld om zo veel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Maar bij de NOW 3.0 geeft het kabinet nadrukkelijk aan dat de financiële ondersteuning ook als doel heeft om bedrijven de mogelijkheid te bieden om zich samen met hun werknemers voor te bereiden op een ‘nieuwe economische situatie’.

De belangrijkste wijzigingen in de NOW 3.0

  • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling gaat vanaf 1 april 2021 omhoog van tenminste 20% naar 30%.
  • De steun over 9 maanden kent een geleidelijke afbouw van vergoedingspercentages: van 80% (eerste en tweede tijdvak, tot april 2021) naar 60% (derde tijdvak, vanaf april 2021).
  • Tegenover de afbouw van de vergoeding, bestaat de mogelijkheid om de loonsom geleidelijk te laten dalen met 10% (eerste en tweede tijdvak, tot april 2021) en 20% (derde tijdvak, vanaf april 2021) zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie.
  • De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag wordt losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1 keer het dagloon (€ 222,78).

Inspanningsverplichting scholing blijft bestaan in NOW 3.0
Het kabinet houdt in de NOW 3.0 vast aan de inspanningsverplichting gericht op scholing. Ook vanaf 1 oktober 2020 moeten bedrijven die NOW-aanvragen zich gaan inspannen om hun personeel te laten omscholen of bijscholen. Deze omscholing of bijscholing is nodig omdat de arbeidsmarkt is veranderd en gaat veranderen. Werkgevers moeten hun personeel de kans bieden om zich hierop voor te bereiden. Ook geldt een verbod op het uitkeren van dividend en bonusuitkeringen voor werkgevers die NOW-aanvragen. Dit was ook in de vorige NOW-regelingen het geval.

Neem voor vragen over de NOW of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon van de afdeling Personeelsdiensten of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Voor mkb-ondernemers die door de coronacrisis geraakt zijn, is er als onderdeel van het steunpakket met coronamaatregelen de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL). De TVL biedt een subsidie voor mkb-ondernemers en zelfstandigen die door de coronamaatregelen veel omzet verliezen, maar wel doorlopende vaste lasten hebben. De TVL loopt tot 30 juni 2021. Voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 gelden een aantal versoepelingen.

Financiële ondersteuning voor vaste lasten

Met de TVL wil de overheid bedrijven helpen waarvoor niet alleen de kosten van personeel, maar ook de vaste lasten voor financiële problemen zorgen. Deze bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste lasten en de mate van omzetderving een tegemoetkoming voor hun vaste lasten. Voor het eerste deel van de TVL-regeling (tot 1 oktober 2020) was dat een maximum van € 50.000 voor een periode van vier maanden (van 1 juni tot 1 oktober 2020). In het tweede deel van de TVL (van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021) is het maximale subsidiebedrag verhoogd naar € 90.000 per drie maanden. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals: huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De sectoren die onder de TOGS vallen komen ook in aanmerking voor de TVL. Deze sectoren staan op de lijst met vastgestelde SBI-codes.

Verhoging subsidiepercentages en eenmalige opslag detailhandel

Het subsidiepercentage wordt afhankelijk van het omzetverlies. Deze aanpassing geldt voor de TVL voor het laatste kwartaal 2020 en voor het eerste kwartaal van 2021. Bij een omzetverlies van 30% wordt het subsidiepercentage 50% en bij 100% omzetverlies loopt dit op naar 70% subsidie. Ondernemers die voor het laatste kwartaal van 2020 een aanvraag hebben ingediend hoeven niets te doen. Zodra de verhoging is doorgevoerd ontvangen zij een extra betaling.

Eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel
Er komt voor winkeliers een eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel. De voorraden die zijn aangevuld voor de feestdagen zijn na heropening minder waard of kunnen helemaal niet meer worden verkocht. De eenmalige opslag is minimaal 2,8% van het omzetverlies (bij een omzetverlies van tenminste 30%). Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 20.160 en deze komt bovenop de TVL-subsidie.

Voorwaarden TVL vanaf het vierde kwartaal van 2020

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt met een paar aanpassingen verlengd tot en met 30 juni 2021. Specifiek voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 gelden een aantal versoepelingen:

  • Alle mkb-bedrijven met minimaal 30% omzetverlies krijgen toegang tot de TVL. Er is van 1 oktober tot en met 31 december 2020 tijdelijk geen beperking van SBI-codes.
  • Bij een omzetverlies van 30% wordt het subsidiebedrag 50% en bij een 100% omzetverlies loopt dit op naar 70% subsidie.
  • Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche die in de zomer TVL subsidie hebben ontvangen, maar in het vierde kwartaal de omzetdrempel van 30% niet halen, worden geholpen. Deze ondernemers ontvangen een subsidiebedrag, gebaseerd op hun TVL subsidie in de zomermaanden.
  • Verplicht gesloten eet- en drinkgelegenheden krijgen eenmalig een aanvullende subsidie. Dit bedrag komt bovenop de TVL subsidie. Deze steun is bedoeld om te helpen met de kosten voor voorraad en aanpassingen aan de 1,5 meter regels. Denk aan voedselvoorraad die bederft, kuchschermen, aanleg en overkapping van een buitenterras voor de winter, etc.

De TVL voor het vierde kwartaal van 2020 is vanaf 25 november 2020 tot 29 januari 2021 aan te vragen. Voor het eerste kwartaal van 2021 geldt de volgende openstelling: 1 januari tot en met 31 maart 2021.

Neem voor vragen over de TVL of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Zelfstandig ondernemers die inkomenssteun nodig hebben vanwege corona kunnen vanaf 1 oktober 2020 Tozo 3 aanvragen. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 3 loopt van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. Vanaf 1 april 2021 treedt de Tozo 4 in werking, bij de Tozo 4 gaat een beperkte vermogenstoets gelden.

Tozo 3 onderdeel van derde steunpakket

De Tozo 3 (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is de opvolger van de Tozo 1 en de Tozo 2 en één van de maatregelen van het kabinet uit het derde steun- en herstelpakket voor ondernemers. De Tozo 3 gaat op 1 oktober 2020 van start en is een bijstandsregeling voor zelfstandig ondernemers, waaronder ook zzp’ers. De regeling voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Naast inkomenssteun kunnen zelfstandig ondernemers via de Tozo ook een lening aanvragen voor extra bedrijfskapitaal.

Aanvragen via de gemeente

Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de Tozo 3 als uitkering in het levensonderhoud, worden aangevraagd voor de maanden oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. Bij de aanvraag moet worden aangegeven voor hoeveel maanden de uitkering wordt aangevraagd. Het aanvragen van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 in de betreffende woongemeente. In de Tozo 2 is een inkomenstoets van de partner opgenomen, die inkomenstoets blijft ook gelden bij het aanvragen van de Tozo 3.

Extra toets beschikbare geldmiddelen bij Tozo 4

Per 1 oktober 2020 zou in de Tozo 3 ook een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd worden. Van deze extra toets wordt in de Tozo 3 afgezien. De extra vermogenstoets wordt nu bij de Tozo 4 ingevoerd. De Tozo 4 gaat van start op 1 april 2021. De toets op beschikbare geldmiddelen houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldi en aandelen, obligaties en opties) niet in aanmerking komen voor de Tozo 4. Ander vermogen, waaronder de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.

Meer informatie over aanvragen van de Tozo 3 en de aanvraagformulieren vindt u op de website van uw woongemeente. Begin 2021 wordt gecommuniceerd over de Tozo 4 en de invoer van de toets op beschikbaar geld.

De Belastingdienst heeft verschillende maatregelen getroffen om ondernemers te ondersteunen die getroffen zijn door de coronacrisis. Zo is ondernemers de mogelijkheid geboden om tot 1 oktober 2020 uitstel van betaling aan te vragen voor het betalen van verschillende belastingen. Dit wordt nu verlengd tot 1 april 2021. Als u dat uitstel heeft gekregen hoeft u ook geen boetes meer te betalen. Als u een lagere winst verwacht over 2020 kunt u ook uw voorlopige aanslag verlagen, zodat u direct minder belasting betaalt. Verder is een aparte melding van betalingsonmacht niet nodig als u om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt. Op deze pagina leest u hier meer over.

Bijzonder uitstel voor het betalen van belasting

Als u in de periode tot 1 april 2021 als ondernemer betalingsproblemen krijgt, kunt u bij de Belastingdienst voor een periode van drie maanden ‘bijzonder uitstel van betaling’ aanvragen. Deze regeling is ook bedoeld voor zzp’ers en het versoepelde uitstelbeleid geldt tot 1 april 2021. De periode om bijzonder uitstel van betaling van belastingen aan te vragen eindigt op 1 april 2021. Nadat de Belastingdienst uw verzoek heeft ontvangen, stopt zij de invordering en krijgt u automatisch drie maanden uitstel van betaling. Voor wat betreft inkomsten-, vennootschaps-, omzet- en loonbelasting alsmede premie zorgverzekeringswet geldt het uitstel voor alle (naheffings-)aanslagen die zijn opgelegd in de driemaands periode aan de belastingplichtige.

Zodra de driemaandsperiode om is, dienen de belastingschulden weer betaald te worden. Belastingverplichtingen waarvoor bijzonder uitstel is verleend, dienen vanaf 1 april 2021 hervat te worden. Ondernemers die door het betalingsuitstel een belastingschuld hebben opgebouwd krijgen een aflossingsregeling aangeboden. Ze kunnen hun schuld terugbetalen over een periode van 36 maanden (van 1 juli 2021 tot 1 juli 2024). De Belastingdienst heeft aangekondigd hiervoor na 1 april 2021 met een schrijven te komen.

Voor welke belastingsoorten

Het verzoek tot uitstel van betaling geldt alleen voor de aanslagen:

  • inkomstenbelasting,
  • zorgverzekeringswet,
  • vennootschapsbelasting,
  • loonheffingen
  • omzetbelasting (btw),
  • kansspelbelasting,
  • accijns,
  • verbruiksbelasting alcoholvrije dranken,
  • assurantiebelasting,
  • verhuurderheffing,
  • energie- en andere milieubelastingen

Voor alle andere belastingen geldt dit dus niet.

Na aanvragen uitstel geen boetes voor te laat betalen

Boetes voor het niet op tijd betalen van belastingen die in de driemaandsperiode vallen, hoeft u na het aanvragen en verkrijgen van bijzonder uitstel niet te betalen.

Bijzonder uitstel verlengen

Kunt u de belastingen die vervallen na de driemaandsperiode niet betalen of kunt u de ontstane belastingschuld niet in 36 maanden betalen, dan kunt u verlenging van het bijzonder uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Was uw belastingschuld bij het eerste moment van het verkrijgen van bijzonder uitstel van betaling lager dan € 20.000 dan moet u hierbij een onderbouwing geven waarom u de belastingen niet kunt betalen (bijvoorbeeld tussentijdse cijfers) en aangeven dat u getroffen bent door de coronacrisis. Daarnaast moet u onder andere verklaren dat u geen dividenden en bonussen over 2020 zult uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders.
Was de belastingschuld in aanvang hoger dan € 20.000, dan dient er aanvullend een verklaring van een derde-deskundige (bijvoorbeeld accountant) en een liquiditeitsprognose te worden overlegd.

Aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig

Het ministerie van Financiën heeft besloten dat een aparte melding van betalingsonmacht niet meer nodig is. U hoeft deze melding niet meer afzonderlijk te doen als u voor de eerste keer om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen of reeds hebt gevraagd voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt. Deze aanvraag wordt ook als melding betalingsonmacht aangemerkt. Dit geldt voor zowel de al verstreken als voor de toekomstige tijdvakken.

Voorbeeld hierbij:
Een bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt de vennootschap de naheffingsaanslag. Hiervoor doet de bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Deze wordt als melding betalingsonmacht aangemerkt. Niet alleen voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari is de melding tijdig.
Let op: De toezegging geldt alleen voor loonheffingen en omzetbelasting. In de overige gevallen is een melding nog wel nodig. Denk hierbij aan betalingsonmacht van accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije dranken en premies bedrijfspensioenfonds.

Tijdelijke verlaging invorderingsrente en belastingrente

De Belastingdienst verlaagt tijdelijk de invorderingsrente en de belastingrente voor de vennootschapsbelasting.

Invorderingsrente
Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaliter 4% invorderingsrente betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Vanaf 23 maart 2020 heeft de Belastingdienst deze rente tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Deze verlaging is per 1 oktober 2020 verlengd tot en met 31 december 2021.

Belastingrente
De Belastingdienst rekent rente als zij een aanslag te laat kan vaststellen, bijvoorbeeld omdat u niet op tijd of niet voor het juiste bedrag aangifte hebt gedaan. Het tarief van de belastingrente is normaliter 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen. Vanaf 1 oktober 2020 wordt de belastingrente voor zowel de inkomsten- als de vennootschapsbelasting 4%. Dit betekent voor de vennootschapsbelasting een verlaging van 4% (van 8% naar 4%).

Verlaging voorlopige aanslag 2019 / 2020 / 2021

Verwacht u door de uitbraak van corona een lagere winst over 2020 dan u vooraf had ingeschat? En betaalt u of krijgt u nu een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting? Dan kunt u uw voorlopige aanslag voor het jaar 2020 of 2021 bij de Belastingdienst wijzigen zodat u direct minder belasting betaalt.

Neem voor vragen over het bijzondere uitstel van betaling of hulp bij de aanvraag hiervan contact op met uw contactpersoon of een van onze andere adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Als u problemen heeft om voor uw onderneming een banklening of bankgarantie te krijgen, kunt u gebruik maken van de regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO). Met de GO-regeling kunt u als ondernemer 50% overheidsgarantie krijgen op bankleningen en bankgaranties (minimaal 1,5 miljoen - maximaal 150 miljoen euro per onderneming).

De GO-regeling is er voor (middel)grote ondernemingen die substantiële activiteiten in Nederland hebben en daarnaast bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven hebben. Daarnaast voorziet de GO-regeling alleen in zogenaamd nieuw geld en is dus niet bedoeld voor bijvoorbeeld een herfinanciering.

Als u liquiditeitsproblemen hebt of voorziet, kan een tijdelijke verruiming van uw rekening-courant krediet of een overbruggingskrediet mogelijk helpen. Voor het MKB staat hier het BMKB-krediet open. De BMKB is een borgstellingsregeling van de overheid waarmee u die financiële ruimte kunt vinden.

De criteria voor het BMKB-krediet zijn:

  • het bedrijf staat in Nederland geregistreerd;
  • het bedrijf heeft een gezond toekomstperspectief;
  • het bedrijf heeft maximaal 250 (FTE) werknemers;
  • het bedrijf heeft een jaaromzet tot € 50 miljoen, of;
  • het bedrijf heeft een balanstotaal tot € 43 miljoen.

De belangrijkste kenmerken van het BMKB-krediet zijn:

  • De maximale kredietruimte voor een ondernemer bedraagt € 1.500.000.
  • De omvang van het borgstellingskrediet wordt verhoogd van 50% naar 75%.
  • De verruiming in rekeningcourant krediet is maximaal 2 jaar.
  • Borgstellingsprovisie is nog niet bekend.
  • Op het BMKB-krediet is maximaal 90% overheidsborgstelling van toepassing.
  • De persoonlijke borgstelling van de ondernemer is verlaagd van 25 naar 10%.

Verlenging looptijd BMKB tot 1 april 2021

Op 28 augustus 2020 heeft het kabinet laten weten dat de verruiming van de borgstelling voorlopig beschikbaar blijft tot 1 april 2021 voor bedrijven die extra financiële steun nodig hebben vanwege de impact van corona. Zo houden deze bedrijven, in ieder geval tot 1 april 2021, toegang tot financiering door banken.

Coronaregeling BMKB bewust laagdrempelig

Eerder in 2020 werd de BMKB-regeling al versoepeld. Ondernemers krijgen nu vier jaar de tijd om de lening terug te betalen. Niet alleen krijgen ondernemers meer tijd om het krediet terug te betalen, ook wordt de toegang tot de BMKB laagdrempeliger. In eerste instantie was een uitgebreide liquiditeitsprognose nodig, nu volstaat ook een omzettoets.

De coronacrisis kan ook effecten hebben voor de loonbelasting die u als werkgever moet afdragen. Omdat veel werknemers thuiswerken, maken ze minder reiskosten voor woon-werkverkeer en minder algemene onkosten. Op deze pagina leest u hoe u als werkgever kunt omgaan met reiskostenvergoedingen van uw werknemers.

Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer kan ook voor thuiswerkers onbelast blijven worden doorbetaald

Werkgevers kunnen een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer onbelast blijven uitbetalen, voor zover zij die vergoeding al vóór de coronacrisis ontvingen en die vergoeding niet meer bedraagt dan € 0,19 per kilometer. Vaste reiskostenvergoedingen kunnen worden vastgesteld volgens de zogenaamde praktische regeling. Bij een verwachte afwezigheid van langer dan 6 weken kan de vaste reiskostenvergoeding in de daaropvolgende maand niet langer onbelast worden uitbetaald. De staatssecretaris acht dit ongewenst en keurt in het nieuwe beleidsbesluit het volgende goed: een werkgever hoeft gedurende de werking van dit besluit geen gevolgen te verbinden aan een verandering in het reispatroon van de werknemer. Dit betekent dat de vaste reiskostenvergoeding (die voldoet aan de fiscale voorwaarden) ook voor thuiswerkers onbelast blijft.

Inmiddels is bekend geworden dat de reiskostenvergoeding tot 1 februari 2021 onbelast doorbetaald mag worden ook al wordt er niet naar het werk gereisd doordat de werknemer thuiswerkt. Voorwaarde is wel dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door de werkgever werden toegekend.

Recht op reisaftrek in inkomstenbelasting loopt door

Er zijn situaties waarin werknemers geen vergoeding van de werkgever ontvangen voor hun woon-werkverkeer als zij met het openbaar vervoer reizen. Deze werknemers kunnen de kosten voor het woon-werkverkeer aftrekken via de reisaftrek in de inkomstenbelasting. In 2020 hebben veel werknemers door de coronamaatregelen echter thuisgewerkt, waardoor zij minder hebben gereisd met het ov en daarom minder recht op reisaftrek zouden hebben. De kosten voor ov-abonnementen liepen in veel gevallen door. Voor deze uitzonderlijke situatie heeft het kabinet op 28 augustus 2020 een aanvullende maatregel getroffen. In het jaar 2020 mag (zolang de reiskosten gelijk blijven) de reisaftrek worden toegepast in de inkomstenbelasting alsof de werknemer zijn reispatroon van vóór de coronacrisis heeft voortgezet.

Als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, dan mogen de bv en aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) gedurende 2020 bij een omzetdaling tijdelijk een lager maandloon afspreken. 

Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling

Ab-houders mogen in 2020 tijdelijk van een lager gebruikelijk loon uitgaan, evenredig aan de omzetdaling van hun bedrijf. Het gebruikelijk loon over 2020 kan worden bepaald met de volgende formule, waarbij de omzet exclusief omzetbelasting (btw) moet worden genomen:
gebruikelijk loon 2020 = gebruikelijk loon 2019 x (omzet 1e 4 maanden 2020 / omzet 1e 4 maanden 2019).

Aan deze verlaging met toepassing van de formule zijn voorwaarden verbonden:

  • De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de ab-houder feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit de formule, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de ab-houder gebruik maakt van de NOW. Een eventuele Tozo-uitkering is geen loon en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  • Van de verlaging van het gebruikelijk loon via deze formule kan geen gebruik worden gemaakt voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Toepassing van de formule kan er toe leiden dat het loon van de ab-houder lager is dan de wettelijke grenzen van € 46.000, 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer. Toepassing van de formule kan niet leiden tot een hoger gebruikelijk loon. Het blijft daarnaast mogelijk op grond van de bestaande wettelijke mogelijkheden een lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken.

Niet met terugwerkende kracht verlagen

In 2020 al uitbetaald loon aan de ab-houder kan niet met terugwerkende kracht worden verlaagd. De BV mag het loon van de ab-houder alleen voor de toekomstige maanden in 2020 verlagen.
Voor een ab-houder mag u het gebruikelijk loon voor 2020 dus achteraf bepalen. Dan is duidelijker wat de impact is van de Coronacrisis op de bv. U hebt dan meer inzicht in het bepalen van de hoogte van het gebruikelijk jaarloon.

Verlaging in aangiften loonheffingen

Bij verlaging van het maandloon vermeldt u in de aangiften loonheffingen het loon dat de ab-houder heeft genoten, inclusief het eventuele loon in natura (bijvoorbeeld privégebruik auto). Uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar of op het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, bepaalt u wat het gebruikelijk loon voor het jaar 2020 is. Als de bv te weinig loon heeft betaald, moet de bv het verschil als loon aangeven en daarover loonheffingen berekenen.

Verzoek om vooroverleg hoeft niet

De bv en ab-houder mogen een tijdelijk lager loon overeenkomen. Daar is geen verzoek om instemming van of vooroverleg met de Belastingdienst voor nodig. U hoeft dus geen verzoek om vooroverleg in te dienen.
Bovenstaande betekent dat aan het eind van 2020 het daadwerkelijk gebruikelijk loon bepaald moet gaan worden. Let er in de tussentijd wel op dat er geen andere liquiditeiten de vennootschap verlaten ten gunste van de ab-houder anders dan het verlaagde salaris. Een stijging van de rekening-courant directie in deze periode zal aan het eind van het jaar alsnog aan het reeds uitbetaalde salaris moeten worden toegevoegd.

De overheid heeft nog diverse andere regelingen en maatregelen aangekondigd om te zorgen dat u uw bedrijf kunt voortzetten en de werkgelegenheid kunt behouden. Ook veel gemeenten nemen specifieke maatregelen, bijvoorbeeld voor belastinguitstel, dit varieert per gemeente. De specialisten van KRC Van Elderen helpen u graag om te onderzoeken of en hoe deze regelingen voor uw bedrijf zo snel en zo goed mogelijk kunnen worden ingezet.

Disclaimer: deze informatie is zorgvuldig verzameld en gecheckt, maar kan door nieuwe ontwikkelingen weer ingehaald worden. Neemt u voor de meest actuele stand van zaken contact op met uw adviseur bij KRC Van Elderen.

Advies nodig? Bel ons 


Lees ook het artikel over onze interne maatregelen waarbij wij het advies van het RIVM opvolgen; voor uw en onze veiligheid.