Hoge Raad: box 3-heffing nog steeds discriminerend (deel II)
Nieuws - 10 juni 2024

Hoge Raad: box 3-heffing nog steeds discriminerend (deel II)

Afgelopen donderdag publiceerden we de Hoge Raad uitspraak omtrent de zogenaamde spaartax (Box 3). De Hoge Raad oordeelde dat het heffen van belasting op een verondersteld rendement in strijd is met de mensenrechten. Voor de reactie van de staatssecretaris op de uitspraak klik HIER.

Wisselende rendementen

De uitspraak betekent dat beleggers die te maken hebben met wisselende rendementen die soms lager uitvallen dan het forfaitaire rendement, mogelijk in aanmerking komen voor een teruggave van te veel betaalde Box 3 belasting.

Bewijslast

De bewijslast in deze ligt bij de belastingplichtige. Wil die in aanmerking komen voor een teruggaaf over een jaar dat het rendement lager uitviel dan het forfaitaire rendement, dan moet die dat aantonen met de onderliggende stukken.

Welk rendement (Box 3)

Denk niet alleen aan het rendement op spaartegoeden, maar ook op het rendement van aandelen, obligaties, onroerend goed, vorderingen, andere beleggingen zoals goud, etc. Het gaat niet alleen om ontvangen huur, pacht, rente, dividend, maar ook om waarde vermeerdering of vermindering van de effecten of het onroerend goed. Voor woningen zal dan aangesloten moeten worden met de woz-waarde (wat is het verschil in waarde per 31 december en 1 januari van enig jaar) en voor overig onroerend goed de waarde in het economische verkeer. En dat het dan nog niet is gerealiseerd (lees: verkocht) is daarbij niet relevant. En het gaat dan per saldo om het totale rendement van alle bezittingen en schulden in Box 3 van een jaar. Het zal niet altijd meevallen dit goed in kaart te brengen en het bewijs te verzamelen. Het is raadzaam altijd bonnen en bescheiden te bewaren aangaande Box 3 bezittingen en schulden.

1,7 miljoen aangiften liggen te wachten

De Belastingdienst heeft met het oog op de beslissing van de Hoge Raad het opleggen van definitieve aanslagen over de jaren 2021, 2022 en 2023 opgeschort. Volgens onze beroepsorganisatie het SRA liggen er circa 1,7 miljoen aangiften te wachten om door de Belastingdienst afgewerkt te worden. De Belastingdienst zal nog een formulier ontwikkelen waarin het werkelijke rendement door Belastingplichtigen vermeld kan worden. Maar dat zal nog enige tijd in beslag nemen.

Aanslagmanagement

Belastingplichtigen doen er goed aan zich bezig te houden met aanslagmanagement. Dat houdt in goed in de gaten te houden wanneer er een aanslag wordt opgelegd en dan in te schatten of deze passend is of niet wat betreft de Box 3 heffing. Zodra er 6 weken verstreken zijn zonder i.e.g. pro forma in bezwaar te gaan ter sauvering van rechten, is er niets meer mogelijk omtrent dat jaar. Aandachtspunt daarbij is dat in geval van fiscale partners, de ene partner kan kiezen voor de forfaitaire variant, omdat die beter uitvalt en de andere partner weer kan kiezen voor de variant die uitgaat van het werkelijke rendement. En ieder jaar staat weer op zich.

Belastingplichtigen met enkel spaartegoeden

De Hoge Raad geeft weliswaar aan dat het forfaitaire rendement voor mensen met enkel spaartegoeden goed is berekend, maar de Hoge Raad heeft de hele wet ter zijde geschoven en dus ook voor die groep en dus kunnen die ook beoordelen of hun rendement lager was dan het forfaitaire rendement en daar dan mee aan de slag gaan.

Voor belastingplichtigen die enkel spaartegoeden hebben, zijn er deels al wel aanslagen opgelegd met als dagtekening 3 mei 2024. Als die nog in bezwaar willen gaan omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement zullen die snel moeten zijn. Voor die groep loopt de 6 weken bezwaartermijn af op 14 juni.

Kleine spaarders hebben overigens naar verwachting meer baat bij het forfaitaire systeem. Immers dan geldt het heffingsvrije vermogen wel. Bij de werkelijk rendement variant mag je daar geen rekening mee houden. Over de jaren 2021 en 2022 zal er geen teruggaaf te verwachten zijn vanwege het lage forfaitaire rendement.

Massaalbezwaarplusprocedure

Bij de Hoge Raad ligt nog de vraag voor of niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel over de jaren 2017 tot en met 2020. Daarom zijn in 2023 vier proefzaken geselecteerd. Hieromtrent wordt in augustus 2024 een uitspraak verwacht.

Het is nog niet ten einde

Het lijkt erop dat de kwestie rondom de spaartaks Nederland nog wel enige tijd zal bezighouden.

-        Wat nu als de rente immers pas op 1 januari van het jaar er op wordt bijgeschreven ? Aan welk jaar moet dat dan toegerekend worden ?

-        Stel je hebt een woning in Box 3 voor uitsluitend eigen gebruik. Zit daar nog een fictief voordeel op wegens dat eigen gebruik of niet ?

-        In de wet stond per 01-01-2023 0,1% als forfaitair rendement op spaartegoed. Pas in 2024 is dat met terugwerkende kracht op 0,92% gezet. Mag dat wel ?

-        Als je een pand gaat verhuren en dan de huur dusdanig laag vaststelt dat je de onderhoudskosten e.d. bij de huurder laat, omdat die immers niet meetellen bij het bepalen van het werkelijke rendement in Box 3 van de verhuurder. Mag dat wel cq is dat wel de bedoeling.

Dit zijn nog maar enkele voorbeelden.

Actie

Neem contact op met uw adviseur om te laten beoordelen of er actie nodig is en zo ja welke. Het eerste wat die dan zal vragen is om het werkelijke rendement in een jaar t.a.v. Box 3 bezittingen en schulden in kaart te brengen. Denk hierbij aan de kosten-baten analyse. Het eventueel te behalen belastingvoordeel moet wel dusdanig groot zijn dat deze opweegt tegen de kosten die gepaard gaan met de te volgen procedure.