Actueel
Er komt toch niemand iets tekort?

Er komt toch niemand iets tekort?

30 september 2020
Categorie: Nieuws

Een veel gehoorde opmerking met betrekking tot omzetbelasting is “Er komt toch niemand iets tekort?”. De ene ondernemer draagt af, de andere ondernemer vraagt hetzelfde bedrag terug, per saldo nihil. Of, de ene ondernemer draagt niet af, de andere ondernemer vraagt hetzelfde bedrag niet terug, per saldo nihil. Het effect voor de schatkist lijkt in beide gevallen gelijk. Ook in de volgende situatie lijkt dat het geval. 

Verhuurder heeft een 100%-dochtermaatschappij. De dochtermaatschappij noemen we Huurder. Verhuurder verhuurt een golfbaan belast met omzetbelasting aan Huurder. Verhuurder en Huurder zijn beiden zelfstandig belastingplichtig voor de omzetbelasting.  

In verband met de verhuur van de golfbaan stuurt Verhuurder een factuur met ruim € 125.000 omzetbelasting aan Huurder. Op de aangifte omzetbelasting van Verhuurder wordt deze omzet niet aangegeven en vindt ook geen afdracht van omzetbelasting plaats. Huurder brengt de aan haar gefactureerde omzetbelasting met betrekking tot de huur golfbaan niet als voorbelasting in aftrek op haar aangifte omzetbelasting.

Er komt toch niemand iets tekort door het niet afdragen van gefactureerde omzet door Verhuurder en het niet claimen van gefactureerde voorbelasting door Huurder?  

De inspecteur is hier van mening, en met hem het Hof en de Hoge Raad nadat de Rechtbank anders besloot, dat Verhuurder de gefactureerde omzetbelasting op aangifte had moeten aangeven en afdragen. Het argument van Verhuurder dat Huurder de voorbelasting niet teruggevraagd heeft hielp niet. Ook het argument dat er door Verhuurder en Huurder gezamenlijk gehandeld was als ware er sprake van een fiscale eenheid omzetbelasting, hielp Verhuurder niet. (Bij een fiscale eenheid omzetbelasting zouden Verhuurder en Huurder in deze situatie als één belastingplichtige gezien worden.)   

In dit geval werd een naheffingsaanslag voor de verschuldigde omzetbelasting, verhoogd met een boete van bijna 50%, aan Verhuurder opgelegd. De Verhuurder was zelfstandig belastingplichtig voor de omzetbelasting en is ook zo behandeld. Doordat er omzetbelasting was gefactureerd, moest deze ook afgedragen worden.   

Conclusie: Het handelen als fiscale eenheid houdt meer in dan het niet afdragen en claimen van omzetbelasting op onderlinge prestaties. Onderling mag dan ook geen omzetbelasting meer gefactureerd worden. Door dit niet goed uit te voeren blijkt een forse boete het gevolg te zijn.

Gebaseerd op HR 29-5-2020, ECLI:Nl:HR:2020:973

Terug